‘Afkicken van de pijnstillers lukte na drie weken al niet meer’

06-04-2022

Sonja*, postacademische zorgprofessional

Verslaving kan iedereen overkomen. Dat was voor mijzelf ook een ontdekking: ik lette altijd goed op mijn voeding, bleef ver van alcohol en drugs en rookte niet. Tot ik na een hernia zware pijnmedicatie kreeg. Dat hielp tegen de pijn en gaf me een ontspannen, euforisch gevoel. Opeens kon ik de drukte prima aan. Maar toen ik na een week of drie wilde stoppen, werd ik ziek: van zware griepklachten tot paniekaanvallen. Ik besloot het afkicken uit te stellen tot de zomervakantie. De patiënten hadden me nodig.

Schaamte
Op vakantie lukte het stoppen niet. Na een paar dagen ziek-zijn nam ik toch weer een pijnstiller. Ik schaamde me en hield het gebruik stil. Zelfs mijn echtgenoot wist van niets. Toen een apotheker me na het zoveelste recept eens apart nam, sloeg de schrik me om het hart: wat als ze de Inspectie inschakelden? Uiteindelijk volgde een moeilijk traject met veel mislukte afkickpogingen en zelfs een suïcidepoging. Want de pillen gaven me allang geen fijn gevoel meer: ik werd er angstig en depressief van, maar ik had ze nodig om de onttrekkingsverschijnselen te voorkomen.

Veerkracht
Mijn redding was de steun van het toen net opgerichte ABS-artsen en een afkickprogramma met een dagopname van vijf dagen per week. Na de detox leerde ik ook naar mijn grenzen kijken en mijn emoties en gevoelens luisteren. Terug naar de hectische werkomgeving wilde ik niet meer. Na een periode vrijwilligerswerk ben ik de opleiding tot schoolpsycholoog gaan volgen. Bij mijn eerste sollicitatie heb ik eerlijk verteld over mijn verleden. Mijn werkgever reageerde positief: ‘Wat een veerkracht heb jij. Hier word je vast een betere psycholoog van’, zei hij. Dat klopt: inmiddels herken ik mensen met verslavingsproblematiek heel snel en kan ze ook beter begeleiden.

Levenslang
Toen het monitoringprogramma van ABS-artsen van start ging, was ik al een jaar abstinent. Omdat ik niet wilde terugvallen, besloot ik mee te doen wat mag als psycholoog. Het gaf mij en mijn echtgenoot minder zorgen. Naast gesprekken met een buddy op de werkvloer, moest ik me eens in de zoveel tijd melden bij het laboratorium voor een urinecontrole. In het begin voelt het vernederend als iemand mee het toilet ingaat om te controleren of je zelf plast. Maar het went snel, zeker omdat ze er respectvol mee omgaan. Na drie jaar ben ik gestopt: toen merkte ik dat ik al zolang weer een normaal leven leidde dat het niet meer nodig was.

Anoniem
Helaas bestaat er nog een steeds een taboe op het bespreekbaar maken van problematisch middelengebruik en verslaving bij zorgverleners. Niet voor niets vertel ik mijn verhaal anoniem. Ook in mijn werk bestaat een doofpotcultuur. Met de hoge werkdruk en belasting van corona zie ik bijvoorbeeld dat meer zorgverleners slaapmedicatie bestellen via hun werk. Zodra werkgevers hierachter komen, willen ze iemand al snel ontslaan, terwijl de werkelijke oplossing ligt in kijken naar de onderliggende reden. Er is nog veel werk te verrichten.’

*Sonja is een gefingeerde naam.


Heb jij iemand in je omgeving die ook hulp kan gebruiken? Heb je zelf hulp nodig? Of vind je dat het beleid binnen jouw organisatie verbeterd kan worden?

Direct steun of advies nodig?
Als NVGzP-lid kun je direct contact opnemen met ABS-artsen voor steun, advies of een gesprek over problematisch middelengebruik en verslaving. Het steunpunt is op werkdagen van 9.00 tot 20.00 uur bereikbaar op: (0900) 0168.

Maak het bespreekbaar
De ABS-artsen hebben een uitgebreide toolkit ontwikkeld waar psychologen met problematisch middelengebruik of verslaving ook gebruik van mogen maken.

Praktische aanpak: 4 manieren

  1. In gesprek gaan met een collega over middelengebruik en verslaving
  2. Kennis over problematisch middelengebruik en verslaving vergroten: onderwijsmodule, hoe ga je om met je eigen stress en uitleg en gebruik van termen
  3. Beleid ontwikkelen: werkgevers kunnen hiermee eigen beleid ontwikkelen voor hun zorgprofessionals
  4. Doe mee: teken de intentieverklaring

‘We moeten voorkomen dat we collega’s verliezen door gebrek aan nazorg’
Verslavingsarts KNMG Joanneke Kuppens-de Borst was betrokken bij de start en de implementatie van het monitoringprogramma van ABS-artsen, dat ook open staat voor psychologen.
‘Nadat ik jaren in de verslavingszorg had gewerkt, wilde ik in 2016 graag het expertteam van ABS-artsen versterken. Juist omdat er nog veel te verbeteren valt aan de verslavingszorg voor zorgverleners: zowel bekendheid met het onderwerp verslaving als wat collega’s kunnen betekenen en hoe artsen zelf patiënt kunnen zijn.’

De NVGzP heeft de intentieverklaring ondertekend en staat voor een gezonde beroepsgroep, die vol trots, slagvaardig en kritisch kan handelen.