Een melding doen bij Veilig Thuis is één, maar dan…

Marlou van Roosmalen en Esmée van der Linde

Een meisje van vijftien is bij u onder behandeling voor angstklachten. De ouders van het meisje, beiden belast met het ouderlijk gezag, waren alleen bij de intake aanwezig. Tijdens een van de consulten meent u signalen te krijgen over fysieke en geestelijke mishandeling door moeder. U vraagt daar op door en uiteindelijk bevestigt het meisje uw vermoeden. Daarna volgt u alle stappen uit het ‘Stappenplan Kindermishandeling’ horend bij het basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. [1]
Zo legt u onder meer de signalen vast in het medisch dossier en consulteert u (anoniem) Veilig Thuis (hierna: VT) en een collega psycholoog.

Ook bespreekt u uw voornemen om een melding te doen met het meisje zelf en in een apart gesprek met haar ouders. De ouders zijn boos en zeggen dat het meisje van alles verzint door haar angststoornis. Het meisje staat achter een melding. Na een zorgvuldige afweging besluit u uiteindelijk om een melding bij VT te doen. Na de melding komt u in een complexe situatie terecht. De ouders zijn woedend, eisen uitleg en dreigen met een klacht. VT en de Raad voor de kinderbescherming (hierna: de Raad) benaderen u achtereenvolgens voor aanvullende informatie. Met het meisje zelf gaat het ondertussen bergafwaarts. Haar angstklachten nemen toe. Regelmatig belt zij u tussen de consulten door. Ook de ouders zijn ten einde raad. Zij eisen van u een oplossing. U voelt zich onder druk gezet door de ouders en bent bang om fouten te maken. Zodanig dat u zich afvraagt of u nog wel goede zorg aan het meisje kunt leveren.

 

Blogreeks
Het doen van een melding op zich is al lastig en meer dan een artikel waard. Deze casus laat zien dat u ook aan de gevolgen van een melding uw handen vol kunt hebben. In deze eerste blog behandelen wij de vraag in hoeverre u informatie mag verstrekken aan VT en de Raad en wat hierbij de aandachtspunten zijn. Wij schetsen voor u eerst kort het juridisch kader en proberen u vervolgens houvast te geven bij de omgang met dergelijke informatieverzoeken.

In de twee aankomende blogs staan we stil bij de volgende vragen:
– Wat is uw positie ten opzichte van de ouders? Welke informatie mag u aan hen verstrekken over de zorgverlening aan hun dochter? En welke informatie verstrekt u bij het afleggen van verantwoording aan hen over de melding die u heeft gedaan? Wat kunt u doen om te voorkomen dat de klacht van de ouders escaleert in een procedure?
– Wat brengt uw verantwoordelijkheid voor goede zorg met zich mee? In welke gevallen moet/mag u de zorg overdragen, en welke zorgvuldigheidsregels moet u hierbij in acht nemen?

Zorgvuldige afweging
De ervaring leert dat psychologen en artsen zich nogal eens onder druk voelen staan om te voldoen aan informatieverzoeken van VT of de Raad, vanwege de autoriteit van deze instanties en vanwege het belang van het kind. Hoe invoelbaar ook, van u wordt verwacht dat u ook bij informatieverzoeken van deze instanties een zorgvuldige afweging maakt. Dit wordt doorgaans kritisch getoetst door tuchtcolleges. Deze norm, ‘een zorgvuldige afweging’, is de norm die de tuchtcolleges gebruiken bij het toetsen van het handelen van de psycholoog. Voordat wij deze norm nader zullen uitwerken, is het goed te weten wat de positie is van VT en de Raad en wat het juridisch kader is.

Veilig Thuis en de Raad
VT is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Bij een melding van (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling heeft VT de plicht en bevoegdheid om te onderzoeken of hiervan sprake is en daarop actie te ondernemen. Ook is VT bevoegd om een melding bij de Raad te doen. De Raad is het overheidsorgaan dat wettelijk belast is met het doen van onafhankelijk onderzoek naar de noodzaak tot het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals een ondertoezichtstelling. Dit gebeurt meestal op verzoek van de gemeente, een gecertificeerde instelling [2] of VT. Waar VT dus onderzoekt of sprake is van kindermishandeling, onderzoekt de Raad of er gronden zijn voor een kinderbeschermingsmaatregel.

Het juridisch kader met betrekking tot informatieverstrekking aan Veilig Thuis en de Raad
Elke wilsbekwame minderjarige van 12 jaar of ouder oefent het recht op geheimhouding zelfstandig uit. Heeft u zoals in deze casus te maken met een kind in de leeftijd van 12 tot en met 15 jaar dan is bij informatieverstrekking aan VT of de Raad, net als bij informatieverstrekking aan andere derden, de toestemming van het kind vereist. Krijgt u deze toestemming niet, dan is het onder bepaalde omstandigheden toegestaan uw beroepsgeheim te doorbreken. Zo mogen beroepsbeoefenaren met een beroepsgeheim op grond van de wet (artikel 5.2.6 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) zonder toestemming gegevens verstrekken aan VT, “als dat noodzakelijk is om kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken”. Voor gegevensverstrekking aan de Raad geldt een vergelijkbaar recht, namelijk om zonder toestemming informatie te mogen verstrekken “voor zover dat noodzakelijk kan worden geacht voor de uitvoering van de taken van de raad” (artikel 1:240 van het Burgerlijk Wetboek).
Het uitgangspunt is dus dat u enkel informatie verstrekt met toestemming van het kind, maar dat het wettelijke meldrecht u wel de mogelijkheid biedt om gegevens zonder toestemming te verstrekken aan VT en de Raad. Dit kan echter alleen als dat noodzakelijk is om kindermishandeling te stoppen of een redelijk vermoeden daarvan te laten onderzoeken c.q. dat noodzakelijk kan worden geacht voor de uitoefening van de taken van de Raad.

Wat betekent dit nu in de praktijk?
Het basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de meldcode die psychologen meestal hanteren, bevat geen regeling voor het omgaan met informatieverzoeken van VT en de Raad.
De KNMG meldcode werkt dit wel uit. Deze meldcode is analoog ook van toepassing op psychologen. De KNMG meldcode bepaalt dat de arts zich inspant toestemming te verkrijgen van het kind en/of de ouders om informatie te verstrekken aan VT en/of de Raad. Daarbij geldt dat het voor het kind en/of de ouders duidelijk dient te zijn welke gegevens u voornemens bent te verstrekken.
Informatieverstrekking en het vragen van toestemming laat u achterwege als:
– nog sprake is van een vooronderzoek door VT zonder medeweten van de ouders;
– informeren niet mogelijk is in verband met de veiligheid van het kind en/of anderen;
– door informatieverstrekking redelijkerwijs gevreesd moet worden dat u het kind en/of de ouders uit het oog zal verliezen;
– u vreest voor uw eigen veiligheid.

Om het kind en/of de ouders te kunnen vertellen welke gegevens u voornemens bent te verstrekken moet u natuurlijk wel weten welke informatie voor VT of de Raad relevant is. Om die reden dienen zij hun verzoek dusdanig te onderbouwen dat een arts weet welke informatie relevant is. In de praktijk betekent dit dat als het voor u onvoldoende duidelijk is welke informatie voor VT of de Raad noodzakelijk is, u vraagt om een nadere specificatie van het verzoek, bijvoorbeeld in de vorm van gerichte vragen aan u.
Is het verzoek naar uw oordeel voldoende toegelicht, en besluit u al dan niet na toestemming van de ouders en/of het kind over te gaan tot informatieverstrekking, houdt u dan goed de algemene aandachtspunten voor informatieverstrekking aan derden voor ogen:
– verstrek alleen feitelijke gegevens waarbij u zoveel mogelijk aansluit bij uw dossier;
– verstrek, ter bescherming van hun privacy, geen informatie afkomstig van derden zonder hun toestemming.

Vreest u dat het geven van de gevraagde informatie de belangen van het kind zou kunnen schaden, dan biedt de meldcode van de KNMG u, waar het gaat om verzoeken van VT, expliciet de mogelijkheid om in geval van gewichtige redenen betreffende het belang van het kind informatie te weigeren. De weigering moet u dan wel onderbouwen. U kunt als psycholoog deze regeling analoog toepassen. Ook voor een informatieverzoek van de raad.

Terug naar de casus
Zodra u helder hebt welke informatie VT en de Raad van u willen ontvangen, licht u het meisje hierover in en vraagt u haar om toestemming om deze informatie te verstrekken. Het meisje oefent haar recht op geheimhouding zelfstandig uit, zoals elke wilsbekwame minderjarige vanaf 12 jaar. Hoewel de toestemming van de ouders voor de informatieverstrekking niet vereist is, is het wel wenselijk de ouders in te lichten omtrent het informatieverzoek en uw voornemen om de informatie al dan niet (op basis van de door het meisje verleende toestemming) te verstrekken. Voordat u de ouders benadert gaat u na wat de risico’s hiervan kunnen zijn voor het onderzoek, de zorg en de veiligheid van het kind, eventuele andere kinderen uit het gezin en uzelf. Dit is uiteraard ook afhankelijk van de fase van het onderzoek en de verblijfplaats van het kind. Welke beslissing u ook neemt, maakt u van uw overwegingen om wel of geen toestemming te vragen en om (bepaalde) informatie wel of niet te verstrekken notities in het dossier van het kind. En zorgt u bij een afwijzing van het verzoek om informatie voor een heldere motivering richting VT c.q. de Raad.

Zoals u leest kan er veel komen kijken bij de beslissing op een informatieverzoek van VT of de Raad. Zelfs voor juristen is het een lastige materie. Neem daarom de tijd en laat u zeker niet onder druk zetten. Overleg, in ieder geval bij twijfel, met een collega en/of met een jurist, bijvoorbeeld van de beroepsorganisatie. Uiteraard kunt u de casus ook altijd anoniem voorleggen aan een van de juristen van de Juridische Helpdesk van VvAA.

mw. mr. drs. M.M.L. van Roosmalen
mw. mr. E. van der Linde

Juridisch adviseurs VvAA

[1] Volledigheidshalve wijzen wij u er op dat op 6 juli jl. het aangescherpte besluit houdende wijziging verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is gepubliceerd. Uit dit besluit volgt de verplichting om de meldcode uit te breiden met een afwegingskader op grond waarvan professionals in staat zijn om te beoordelen of sprake is van (een vermoeden van) dusdanig ernstig huiselijk geweld of ernstige kindermishandeling dat een melding bij VT is aangewezen. Vanaf 1 januari 2019 is het gebruik van de afwegingskaders verplicht. Zie voor meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/07/07/kamerbrief-over-wijziging-besluit-verplichte-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling.
[2] Een gecertificeerde instelling is een instantie met bevoegdheden voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen, zoals een ondertoezichtstelling, of jeugdreclassering.

[/cd_row]