Het korte- en langetermijneffect van de CB-regeling voor de GGZ

08-07-2020

Nu de reguliere zorgverlening na een maandenlange periode van corona (voorlopig) weer wordt opgestart, kan langzaam ook teruggekeken worden naar de effecten van deze periode. Een periode die voor iedereen onvoorzien was. Een periode die heeft gezorgd dat op de ene groep zorgverleners ongebruikelijk veel beroep werd gedaan, voor de andere groep betekende dat de zorgverlening noodgedwongen volledig gestaakt moest worden. Bovendien een periode waarin innovatieve initiatieven zijn ontwikkeld die de effectiviteit van zorgverlening en kostenbeheersing in de toekomst verder kunnen helpen. Op de korte termijn is de financiële impact voor de vele zorgaanbieders met forse omzetderving echter het grootste punt van zorgen.

Financiële compensatieregelingen
Om ervoor te zorgen dat zorgaanbieders de financiële impact van de corona pandemie kunnen opvangen, zijn er vanuit de overheid verschillende compensatieregeling ontwikkeld. Het is natuurlijk hartstikke goed dat deze regelingen er zijn maar door 1) het karakter van en 2) de samenhang tussen deze compensatieregelingen hebben wij gemerkt dat zorgaanbieders door de bomen het bos niet meer zien en niet goed weten wat zij met deze regelingen aan moeten en wanneer zij voor welke regeling in aanmerking komen. De voor de zorgsector belangrijkste regelingen zijn de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW 1 en NOW 2), Tegemoetkoming schade COVID-19 (TOGS), Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) en de verschillende continuïteitsbijdrageregelingen (CB-regeling). De verschillende deadlines, het karakter van de omzetdaling en de perioden waarover de omzetdaling moet worden berekend, maken het voor de zorgaanbieder niet makkelijker. Voor een overzichtelijk uitleg per regeling kun je hier kijken. In dit artikel zal ik nader ingaan op de continuïteitsbijdrage die in de GGZ van toepassing is.

CB-regeling GGZ
De continuïteitsbijdrage compenseert zorgaanbieders die verzekerde zorg leveren (zowel basisverzekering als aanvullende verzekering) en als gevolg van de coronapandemie een omzetdaling hebben. De gedachte van deze regeling is om de financiële continuïteit tijdens deze moeilijke periode te garanderen om zo het bestaande zorgaanbod voor de toekomst te kunnen garanderen.

Op 25 maart jl. werd aangekondigd dat verzekeraars een CB-regeling in voorbereiding hadden. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een aantal verschillende regelingen. Gelet op de doorlooptijd van de GGZ-behandelingen (max. 365 dagen), was het niet mogelijk om voor de GGZ aan te sluiten bij de gepubliceerde CB-regeling van andere zorgsoorten. Op 23 juni jl. is een tweetal regelingen voor de GGZ gepubliceerd. Een generieke regeling (voor GGZ zonder verblijf) en een specifieke regeling (voor GGZ met verblijf en GGZ met omzet boven de 10 mio). Voor een technische analyse van de CB-regeling GGZ verwijs ik graag naar de volgende link. In dit artikel gaan we slechts in op de algemene aspecten.

Kort samengevat is de CB-regeling GGZ op de looptijd van de behandeltrajecten na en als gevolg daarvan de periode waarover de omzetdaling wordt berekend, grotendeels gelijk aan de regeling van andere zorgsoorten. Voor het bepalen van de (norm)omzet 2019 en 2020, wordt gekeken naar de omzet 2018 vermeerderd met een indexatie. Net als bij de andere zorgsoorten geldt voor de GGZ een compensatie van de gederfde omzet met een percentage. In de GGZ is dit 85%. De zorgverzekeraar gaat er bij de CB-regeling vanuit dat de zorgaanbieder zich inspant om eventuele ontstane wachtlijsten weg te werken. Voor deze zogenaamde inhaalzorg geldt dan een lagere vergoeding, namelijk 45% over behandelingen, geopend in de periode juli 2020 t/m december 2020 (tot maximaal het bedrag gekregen aan continuïteitsbijdrage). Gelet op het lagere percentage voor inhaalzorg, is het wel goed om de effecten hiervan goed te beoordelen. Het leveren van deze (extra) zorg waarvoor een aanzienlijk lagere vergoeding wordt toegekend, zou immers het resultaat met zich kunnen meebrengen dat later alsnog een gat in de begroting ontstaat en de CB-regeling dus enkel zorgt voor een verschuiving van de lagere omzet, met het risico dat praktijken alsnog zullen omvallen. Gelet op de lange looptijd van de GGZ-trajecten, zal de definitieve afrekening van de continuïteitsbijdrage pas later dan bij de andere regeling plaatsvinden, namelijk medio 2022 waardoor dit effect ook pas laat zichtbaar is.

De kern van de continuïteitsbijdrage is op het eerste oog redelijk en biedt zorgaanbieders in nood een mogelijkheid om in deze moeilijke tijden het hoofd boven water te houden. Als je verder kijkt naar de uitwerking en de geformuleerde voorwaarden van de CB-regeling, kan wel afgevraagd worden of de CB-regeling de marktwerking in de zorg niet te veel verstoort en te veel invloed heeft op de verhoudingen tussen partijen.

Doel van de continuïteitsbijdrage en de uitwerking ervan
De continuïteitsbijdrage is ten opzichte van de andere financiële regelingen bijzonder omdat deze regeling, anders dan de andere regelingen, door de zorgverzekeraars is opgesteld. Andere auteurs lieten zich eerder al kritisch uit over de vraag in hoeverre het wenselijk is dat het de zorgverzekeraar is die deze regeling aanbiedt en niet de overheid. In een artikel werd hardop afgevraagd in hoeverre de zorgverzekeraars hiertoe in staat zijn en wat de basis is voor deze CB-regeling, uitgevoerd door zorgverzekeraars. Los daarvan vraag ik me, zeker na bestuderingen van de uitwerking van de specifieke CB-regelingen, ook steeds vaker af in hoeverre het wenselijk is dat het de verzekeraar is die deze regeling uitvoert nu dit de verhouding tussen de zorgverzekeraar en zorgaanbieder op scherp zou kunnen zetten. Kijkend naar de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de continuïteitsbijdrage, kan afgevraagd worden in hoeverre deze het doel van de compensatieregeling niet voorbij gaat. Zo heeft de verzekeraar bijvoorbeeld het recht om een zorgaanbieder uit te sluiten van een continuïteitsbijdrage als de zorgaanbieder in de afgelopen drie jaar een juridische procedure heeft gehad over zorgcontractering, doelmatigheid of rechtmatigheid van geleverde zorg. Ditzelfde geldt op het moment dat een zorgaanbieder vanwege (statistisch) opvallende afwijkingen in zijn declaratiepatroon is geselecteerd voor een controle. Opvallend is dat bij beide punten de uitkomsten van deze trajecten (de juridische procedure / de controle) niet relevant lijkt te zijn. Dit zijn slechts twee van de vele voorbeelden.

Het addendum behorend bij de CB-regeling gaat nog verder. In het addendum is opgenomen dat een zorgaanbieder aan alle voorwaarden genoemd in het addendum moet blijven voldoen gedurende de looptijd van het addendum. Mocht een zorgaanbieder daar niet aan voldoen, dan heeft de zorgverzekeraar het recht op volledige terugbetaling van de continuïteitsbijdrage. Aangezien het addendum in de GGZ een looptijd heeft tot 2022, lopen zorgaanbieders een lange periode het risico van terugvordering.

Gelet op de geformuleerde voorwaarden in de continuïteitsregeling (waaronder bijvoorbeeld ook de verplichting voor de zorgaanbieder inzage te geven in de financiële positie) en het bijbehorende addendum, kan worden afgevraagd of de CB-regeling de verhoudingen tussen partijen niet te veel beïnvloedt. De zorgverzekeraar is immers, naast de verstrekker van de CB-regeling, ook de partij waarmee een zorgaanbieder onderhandelt over onder andere tarieven en de voorwaarden van zorgverlening. Gelet op de gecreëerde samenhang tussen de CB-regeling en de (toekomstige) contractering en controle op de zorgverlening, lopen zorgaanbieders het risico dat bij onenigheid de continuïteitsbijdrage ingetrokken en direct terugbetaald moet worden. Het risico bestaat dat door de voorwaarden in de continuïteitsbijdrage een afhankelijkheidspositie ontstaat wat weer negatief effect kan hebben op de marktwerking in de zorg. Bovendien moet voorkomen worden dat twee professionele partijen door de CB-regeling een zakelijk geschil niet meer ter beoordeling aan de rechter kunnen voorleggen.

Conclusie
Voor veel GGZ-aanbieders zal de financiële bijdrage in de kern redelijk zijn. De regeling doet recht aan het doel om het reguliere zorgaanbod te continueren. Bovendien voorziet de regeling in een gedeeltelijke terugbetaling van de continuïteitsbijdrage via de zogenaamde inhaalzorg. Dit zou het effect met zich moeten brengen dat alleen de zorgaanbieders die daar echt op zijn aangewezen, uiteindelijk een compensatie voor omzetdaling krijgen. Tot zover overwegend positief. Na bestudering van de voorwaarden van de CB-regeling, moet echter wel afgevraagd worden of de vele geformuleerde voorwaarden niet zoveel onzekerheden voor de zorgaanbieder met zich brengen, dat de verhouding tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar voor de looptijd van de CB-regeling uit balans is met alle gevolgen van dien.

Stijn van Engelen
Jurist | Eldermans|Geerts