Het concept ‘online’

16-04-2020

Door de omstandigheden waarin wij nu verkeren, wordt op afstand behandelen via met name beeldbellen in een versneld tempo ingevoerd. De NVGzP vroeg twee leden van de Kamer Opleidelingen (het overlegorgaan en platform waarin de piog en de gios binnen de NVGzP zich verenigd hebben) hun kijk op deze ontwikkeling te geven.

Marnix Loer (psycholoog i.o. tot gz-psycholoog bij KOOS Utrecht)
Op 1 april nam ik  voor het eerst deel aan een vergadering van de Kamer Opleidelingen, na een oproep te hebben gezien dat er gezocht werd naar nieuwe leden. Ik vind het belangrijk dat de nieuwe generatie gz-psychologen en specialisten zich goed laten horen om ons vak continu te verbeteren. Uiteraard vond deze vergadering online plaats. Zonder de omstandigheden waar we nu in zitten, weer uitgebreid te benoemen, is het goed om eens stil te staan bij het concept ‘online’. Want wat worden we daar nu mee om de oren geslagen. Online vergaderen, online intervisie, online supervisie, online werkbegeleiding, online behandelen, online opleiden… Sommigen ondergaan dit alles lijdzaam, anderen proberen vol enthousiasme de mogelijkheden te ontdekken. Op dit moment kost het mij vooral veel energie, maar tegelijkertijd ben ik nieuwsgierig naar wat het ons ook zou kunnen opleveren.

Subtiele signalen missen versus nieuwe aanknopingspunten voor behandeling
Neem het vak behandelen. Ik heb het vak van gz-psycholoog  gekozen omdat ik graag de klachten van anderen wil verminderen en behandelen. Ik haal voldoening uit mijn werk doordat ik ervaar dat ik mensen kan helpen zich prettiger te voelen, regie over hun leven terug te geven en/of hun lijden te verminderen. Het intermenselijke contact is daar een belangrijke factor bij. Juist om het werk voor mezelf leuk te houden en hier zelf ook van te groeien, niet alleen als gz-psycholoog maar ook als mens. Wat doet beeldbellen met mijn werkplezier? Hoe waarderen behandelaars de relatie met hun cliënten eigenlijk bij deze manier van behandelen? Ik mopper op de slechte internetverbinding waardoor ik belangrijke subtiele signalen bij mijn cliënt mis en voel me aan het scherm gekluisterd terwijl ik eigenlijk naar het whiteboard zou willen lopen of een levendig rollenspel zou willen doen. Aan de andere kant kom ik anders nooit zo makkelijk bij de cliënt thuis en zie ik nieuwe aanknopingspunten voor de behandeling, die anders uit zicht zouden zijn gebleven.

Digitaal behandelen
En dan is er eHealth. Er is geen duidelijke definitie van, maar in de GGZ behelst dit meestal digitale modules die ingezet kunnen worden als aanvulling op of ter vervanging van face-to-face contact (en beeldbellen kan hier een onderdeel van zijn). Filmpjes, schrijfopdrachten, dagboeken en apps worden dan gebruikt, al dan niet naast face-to-face behandeling, om een cliënt zelf aan de slag te laten gaan. Ik heb er zelf nog vrijwel geen ervaring mee en heb ook altijd zeer kritisch tegenover het gebruik hiervan gestaan. Gaat de spontaniteit van een therapie-sessie daar niet mee verloren? En toch vind ik inmiddels dat je pas ergens commentaar op mag hebben als je echt je best hebt gedaan er meer over te weten te komen. Het zelf te ervaren. Uitproberen.
Ik las over een onderzoek waaruit bleek dat behandelaars die kritisch tegenover eHealth stonden, meer onzeker waren over hun eigen kunnen en bang waren dat het hun eigen behandeling vervangt. Voor mij geldt waarschijnlijk beide, dus daar kan ik me goed in vinden. Dat neemt niet weg dat ik de komende periode eens wil uitvinden wat wel en niet goed werkt. Is het alleen maar efficiënt en kostenbesparend, of kan het ons werk en het werk dat de cliënt verzet ook echt leuker maken? Beeldbellen ontkomen we nu niet aan, zelfs mijn supervisor die net 65 jaar is geworden moest er aan geloven. Maar ik ben benieuwd of online behandelmodules daar iets nuttigs aan kunnen toevoegen, zonder afbreuk te doen aan de therapeutische relatie. Aan de slag dus maar.

Ik ben erg benieuwd hoe mijn collega’s denken over digitaal behandelen!

Lidwien ten Brink (gezondheidszorgpsycholoog, i.o. tot klinisch psycholoog bij PsyQ)
De huidige omstandigheden hebben veel van ons des te meer de mogelijkheid laten zien van digitaal behandelen, veelal via beeldbeelden. Ook diagnostisch wordt er nu meer online gedaan. Ik vermoed dat, ook als COVID-19 wat meer achter ons ligt, virtueel behandelen en diagnosticeren met een sneltreinvaart meer ruimte gaan krijgen. De behandeleffectiviteit zou goed zijn en het biedt een scala aan (nieuwe) mogelijkheden. Zo kan een bepaalde groep laagdrempeliger behandeling krijgen, zou het mogelijk kunnen helpen bij wachtlijsten en geeft het meer flexibiliteit voor behandelaren en patiënten.

Angst als drempel om online te behandelen
Om eerlijk te zijn, heb ik de online mogelijkheden de afgelopen jaren nog zoveel mogelijk proberen te vermijden. Ik kan zeggen dat het me niet trekt, of dat ik, ondanks wetenschappelijk onderzoek, niet in de geëvenaarde effectiviteit met real-life behandelen geloof (wat ook deels waar is), maar eigenlijk speelt vooral angst een grote rol. Vanuit deze angst komen er veel vragen bij mij op; Zal deze genoodzaakte versnelde ontwikkeling ons vak voorgoed veranderen? Zal de zorgverzekeraar daar enkel op in gaan zetten omdat het mogelijk goedkoper is? Betekent dit dat ik sowieso ook meer thuis moet/mag werken? Vind ik mijn vak nog wel leuk als ik nog meer achter een scherm zit? … Ik denk het niet. Mis ik dan toch niet veel aan non-verbale communicatie, zoals iemands handdruk, wiebelend been of lichaamsgeur? Kan iedereen wel mee in de technische vaardigheden die er voor nodig zijn? Wat gaat er verloren in de therapeutische relatie als dit een groot deel van ons werk gaat worden?

Ik ben benieuwd of mijn collega’s deze vragen en gevoelens delen. Laat het ons weten via kameropleidelingen@nvgzp.nl