Basis GGZ: hoofdlijnen en ontwikkeling

Disclaimer: zie onze reactie aan de NZa van 18 maart 2014, klik hier

Grondgedachte

De Generalistische Basis GGZ (ook wel: GB-GGZ, hierna aangeduid als Basis GGZ) is in 2014 geïntroduceerd om de zorg lichter, en dus goedkoper te maken. Dat doel lijkt deels bereikt te worden. Klik hier voor de eerste monitor: Monitor Generalistische Basis GGZ.

Verwijzing en afbakening

De huisarts bepaalt of een patiënt behandeld kan worden in de huisartsenzorg, of moet worden doorverwezen naar de Basis GGZ of de gespecialiseerde GGZ. Een verwijzing is één van de voorwaarden voor vergoeding van zorg in de Basis en Gespecialiseerde GGZ.

Klik hier voor nadere uitleg en toelichting rapport HHM. Deze vormt de basis voor de NZA Beleidsregel Generalistische Basis GGZ, waarin de verwijscriteria formeel zijn vastgelegd.

GGZ in de keten

Klik hier voor het rapport ‘Heft in eigen hand’ (betreffende zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen) van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving

Inhoud en financiering Basis GGZ I: zorgproducten

Hoeksteen van de Basis GGZ zijn vier zogenaamde integrale zorgproducten; ook wel ‘prestaties’ genoemd. Onderscheiden worden vier producten: kort, middel, intensief en chronisch (oplopend van gemiddeld 300 tot 750 minuten behandeltijd). Klik hier voor de omschrijving van elk van deze producten in het HHM-rapport.

De behandelaar bepaalt voor welk product een patiënt in aanmerking komt. Klik hier voor productcriteria en de indelingen die gehanteerd worden voor ernst, risico en complexiteit. De producten kort, middel en intensief kunnen niet tegelijkertijd aangeboden worden aan één patiënt. Let ook op de contractvoorwaarden per verzekeraar; daarin kunnen beperkingen opgelegd zijn aan het aantal producten dat een zorgaanbieder bij een patiënt per jaar kan declareren.

Als de situatie van de patiënt verandert (bijvoorbeeld als zich een tweede stoornis ontwikkelt), kan de behandelaar het product aanpassen. Hij dient de patiënt hierover dan natuurlijk wel te informeren. Als de situatie zodanig verandert, dat behandeling in de Basis GGZ niet meer mogelijk is, kan de behandelaar de patiënt doorverwijzen naar de gespecialiseerde GGZ. Sinds 1 april 2017 is hiervoor geen verwijzing van de huisarts meer noodzakelijk; een melding volstaat.

Inhoud Basis GGZ II: overige prestaties

Niet alle zorg kan onder de integrale producten worden gevat. Om daarin te voorzien worden daarnaast enkele andere ‘prestaties’ onderscheiden (zie NZA Beleidsregel Generalistische basis GGZ 2018).

  1. Prestatie onvolledig behandeltraject: als er geen sprake blijkt te zijn van een DSM-stoornis, als
  2. vroeg in de behandeling (binnen 120 minuten) blijkt dat de patiënt behandeld moet worden binnen de gespecialiseerde GGZ, als de patiënt in een vroegtijdig stadium  (binnen 120 minuten) besluit de behandeling te stoppen, als de behandelaar in een vroegtijdig stadium besluit te behandeling af te sluiten (bijvoorbeeld als hij gedurende de behandeling constateert dat hij niet de juiste expertise heeft om de patiënt adequaat te kunnen behandelen).
  3. Onverzekerde prestatie (OVP): zorg die niet uit het basispakket wordt gefinancierd. Zie verderop (welke zorg wordt vergoed?) voor de lijst van stoornissen waarvoor hulp niet vergoed wordt uit het Basispakket en voor de lijst van uitgesloten behandelvormen. Sinds 2017 mag de onverzekerde prestatie ook gebruikt worden voor de declaratie van de behandeling van klachten waarbij geen sprake is van een DSM-stoornis. Het is niet toegestaan om zorg die tot het basispakket behoort te bestempelen als OVP-consult, ook niet als de patiënt deze zorg zelf wil betalen. Voor een onverzekerd product is geen verwijzing door een huisarts nodig.
  4. Overige prestaties: keuringen en onderzoek in opdracht van werkgevers of verzekeringen te verrichten en te declareren.

Wie mag zorg verlenen?

Kwaliteitsstatuut

Sinds 1 januari 2017 moet elke aanbieder van GGZ beschikken over een goedgekeurd kwaliteitsstatuut. Het model-kwaliteitsstatuut kent aparte varianten voor vrijgevestigden en voor instellingen en voor Basis GGZ en gespecialiseerde ggz. Klik hier voor meer informatie.

Regiebehandelaarschap

Zorg wordt alleen vergoed als er sprake is van een regiebehandelaar die een deel van de zorg daadwerkelijk zelf verleent. In de vrijgevestigde Basis GGZ kunnen alleen als regiebehandelaar optreden: de gz-psycholoog, de klinisch psycholoog, de klinisch neuropsycholoog en de psychotherapeut. Binnen instellingen kunnen daarnaast ook als regiebehandelaar optreden de specialist ouderengeneeskunde, de verslavingsarts KNMG, de klinisch geriater en de verpleegkundig specialist ggz. Bij patiënten die onder de Jeugdwet behandeld werden mogen ook de kinder- en jeugdpsycholoog en de orthopedagoog-generalist optreden als regiebehandelaar bij voortzetting van de zorg na het 18de levensjaar.

Medebehandelaren

De regiebehandelaar mag een deel van de behandeling uit laten voeren door anderen. Wel moet hij zich overtuigen van de bevoegdheid en de bekwaamheid van de medebehandelaar die hij inschakelt en toetsen of de activiteiten van de medebehandelaren bijdragen aan de behandeling van de patiënt en passen binnen het door de regiebehandelaar vastgestelde behandelplan. In de beroepentabel van de NZa is aangegeven van welke beroepen de behandeltijd bij de dbc geschreven mag worden. Klik hier voor de beroepentabel 2018. Verschillende verzekeraars stellen verschillende eisen aan vrijgevestigden wat betreft het medebehandelaarschap.

 

Wachttijden, regeldruk en ambulantisering

Lees ook de Kamerbrief uit december 2017 over onderstaande onderwerpen. Klik hier.

Wachttijden

Onder de transparantieregeling moeten aanbieders van Basis GGZ hun wachttijden publiceren. De NZa heeft gedetailleerde regels opgesteld voor de manier waarop de wachttijden berekend en gepubliceerd moeten worden. Klik hier voor de integrale tekst van de NZa-regeling, waarin ook de voorgeschreven berekening wordt toegelicht. Bij elke publicatie van wachttijden moet op de website de volgende tekst worden vermeld:

“Wanneer u de wachttijd te lang vindt, kunt u altijd contact opnemen met de zorgaanbieder, of uw zorgverzekeraar vragen om wachtlijstbemiddeling. Uw zorgverzekeraar kan u ondersteunen, zodat u binnen 4 weken vanaf uw eerste contact met een zorgaanbieder een intake gesprek krijgt, en dat binnen 10 weken vanaf de intake, de behandeling is gestart. Dit zijn de maximaal aanvaardbare wachttijden die door zorgaanbieders en zorgverzekeraars gezamenlijk zijn overeengekomen (de treeknormen).”

Eind 2017 heeft de NZa een voortgangsrapport uitgebracht over het terugdringen van de wachttijden. Klik hier voor het voortgangsrapport. Vanaf januari 2018 verzamelt Vektis de wachttijden van alle zorgaanbieders, om deze centraal toegankelijk en inzichtelijk te maken. Vektis werkt aan (digitaal) systeem dat het inzamelen van wachtlijstgegevens moet automatiseren. Dat systeem is helaas nog niet af, terwijl de regel al wel ingaat. De NVGzP heeft dit probleem aangekaart in de voortgangsevaluatie (zie hierboven). Daarnaast blijven we uiteraard betrokken bij de verdere ontwikkelingen in de Agenda Gepast Gebruik en Transparantie, waaronder vermindering van administratieve lasten, waar we dit ook onder de aandacht brengen.

Regeldruk

De afgelopen jaren zijn door verschillende partijen (zoals VWS, ZN, branchepartijen en beroepsverenigingen) in de zorgsector de nodige maatregelen genomen om te komen tot een merkbare vermindering van de regeldruk. Veldpartijen werken samen om te komen tot een verlichting van regeldruk middels daarvoor bestemde werkgroepen. Voor de sector ggz betreft dit de gecombineerde werkgroep ‘Correct declareren en vermindering administratieve lasten in de curatieve ggz’ en de daaronder vallende subwerkgroepen. In een nulmeting komt het volgende naar voren.

Instellingen ervaren de grootste regeldruk op het gebied het verzamelen, bewerken en opslaan van gegevens ten behoeve van de materiele controle van zorgverzekeraars. Daarnaast wordt hoge regeldruk ervaren bij het monitoren van de facturatie ten opzichte van de budgetplafonds van de verschillende zorgverzekeraars en het terugkerende proces van het afsluiten van contracten. Vrijgevestigde behandelaren rapporteren de meeste ervaren regeldruk op het contracteringsproces met de zorgverzekeraars. Verder ervaren ze nog sterker dan instellingen hoge regeldruk bij het monitoren van de facturatie ten opzichte van de budgetplafonds van de verschillende zorgverzekeraars. De betrokken zorgverzekeraars erkennen dat de knelpunten waarop maatregelen zijn ingezet regeldruk (kunnen) veroorzaken voor zorgaanbieders. Zorgverzekeraars zelf ervaren regeldruk op het gebied van verwijzingen, beantwoorden van vragen over en oplossen van fouten in registratie en declaratie, beantwoorden van vragen en voorlichten van verzekerden rondom ongecontracteerde zorg en (ook) het contracteringsproces.

Voor het volledige rapport van de nulmeting, klik hier.

Monitor ambulantisering langdurige GGZ

Eind 2017 publiceerde het Trimbos Instituut de Landelijke Monitor Ambulantisering Langdurige GGZ. Klik hier voor deze rapportage.

Privacy en opt-outregeling

Cliënten kunnen bezwaar maken tegen de aanlevering van behandelinformatie aan DIS; de zogenaamde opt-outregeling. De cliënt moet hiervoor een door de NZa opgestelde privacyverklaring ondertekenen bij de behandelend psycholoog of psychotherapeut. Dit betekent dat van patiënten die een privacyverklaring hebben getekend (voorafgaand aan aanlevering) helemaal geen gegevens aan DIS meer mogen worden aangeleverd. Klik hier om de privacyverklaring Basis GGZ te bekijken en te downloaden.

Contractering door verzekeraars

Vanuit zorgaanbieders is veel kritiek op het contracteerbeleid van zorgverzekeraars. Dit betreft zowel volume, prijs, als condities.

  • Volume: zorgverzekeraars bieden te kleine contracten aan, waardoor zorgververleners soms al halverwege het jaar geen nieuwe patiënten meer in behandeling kunnen nemen.
  • Prijs: verzekeraars gaan ver onder de door de NZa berekende maximumtarieven zitten, soms wel tot 20% lager.
  • Condities: vooral voor kleinere aanbieders betekent contractering: ‘tekenen bij het kruisje’. Verzekeraars stellen eenzijdig de voorwaarden vast, en stellen daarbij soms allerlei eisen die weinig te maken hebben met de kwaliteit van de zorg.

Heb je hier aanvullingen en/of oplossingen voor, neem dan even contact met ons op, dan nemen we die mee in onze gesprekken met verzekeraars.

Ongecontracteerd werken

Naast het leveren van gecontracteerde zorg bestaat de mogelijkheid ongecontracteerd te werken. In dit geval declareert de zorgverlener aan de patiënt. Hij is hierbij gehouden aan de maximumtarieven zoals door de NZA vastgesteld en moet zijn cliënt goed informeren. Hierbij zijn drie situaties te onderscheiden:

  • Patiënt heeft naturapolis met een verzekeraar waarmee de zorgverlener geen contract heeft
  • Patiënt heeft restitutiepolis
  • Patiënt betaalt de behandeling zelf

Zie voor meer informatie over ongecontracteerd werken de website zorgvoorkwaliteit.nu en de handleiding over ongecontracteerd werken, uitgegeven door Zorg voor Kwaliteit.

 

Hier vind je een uitgebreide versie van bovenstaande informatie: Hoofdlijnen Basis GGZ.