Eén reglement, verschillende toepassingen

03-02-2020

 

We hebben in Nederland verschillende landelijke opleidingsinstellingen (acht voor de GZ-opleiding en vijf voor de KP-opleiding en één voor de KNP-opleiding). Zowel de GZ- als de KP- en de KNP-opleiding kent één Opleidings- en ExamenReglement (OER) om ervoor te zorgen dat, ongeacht waar je een opleiding volgt, de titel hetzelfde waard is.

In dit reglement staan onder andere allerlei begripsbepalingen en wordt uitgelegd wat de eisen van de opleiding zijn wat betreft de praktijk en het cursorisch gedeelte en wie waarvoor verantwoordelijk is (zoals de hoofdopleider). Daarnaast staan de eisen en verplichtingen waar een opleideling aan moet voldoen, zoals gedragsregels en op welke manieren getoetst kan worden.

Variatie in toepassing OER
In de kamer Opleidelingen hebben we ervaren dat, ondanks dat er één OER is, er meer variatie is in de toepassing hiervan dan wij dachten. Zo blijkt dat er op nogal verschillende wijze wordt omgegaan met artikel 5.3: de aanwezigheidsverplichting. En dan met name wat er wordt verstaan onder een vervangende opdracht. Waar de één weg komt met ‘jullie zijn volwassen genoeg om eigen keuzes te maken’ moet de ander aan de slag met de literatuur van die dag of moet te rade gaan bij enkele opleidingsgenoten en een samenvatting aanleveren. Wij verbaasden ons over dit toch wel grote verschil. Wij zijn benieuwd of er nog meer (wezenlijke) verschillen zijn tussen de opleidingen die wellicht verkleind kunnen dan wel moeten worden.

Oproep
We horen graag van jou welke voorbeelden jij hebt van ongelijkheid tussen de opleidingen of op welke wijze jij te maken hebt gehad met ongelijkheid,  zodat we dit kunnen bundelen en de positie en de belangen van de opleideling nog beter kunnen behartigen.

Mail ons via kameropleidelingen@nvgzp.nl

Marion Romijn-Bosch,
Gz-psycholoog in opleiding tot Specialist
Cognitief gedragstherapeut
Lid Kamer Opleidelingen