DSM-5; geboorte van de nieuwe psychiatrische bril voor de komende 20 jaar !

12-02-2013


Ton van Heugten

Klinisch psycholoog-psychotherapeut

Dilip Jeste, M.D., president van de American Psychiatric Association (APA), schrijft op 1 december 2012 verheugd dat hij mag aankondigen dat het hoofdbestuur van de APA zojuist besloten heeft om de laatste conceptversie van de DSM-5 (dus niet DSM-V) goed te keuren en vast te stellen. De DSM-5 verschijnt, zoals gepland, in mei 2013. Hij bedankt de ruim 1.500 experts uit de psychiatrie, psychologie, maatschappelijk werk, psychiatrische verpleegkunde, pediatrie, neurologie uit 39 landen, die een decade lang pro deo vele uren hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de DSM-5. Hierbij behoorden ook 4 Nederlandse collega’s, die gevraagd waren om deel uit te maken van een van de DSM-5 werkgroepen; de hoogleraren Susan Bögels (angststoornissen), Roel Verheul (persoonlijkheidsstoornissen), Wijbrand Hoek (eetstoornissen) en Jim van Os (psychosen).

Er zijn vele veranderingen met de DSM-IV Tr, waarbij ‘stoornissen verdwijnen (b.v. PDD-NOS) en “nieuwe” stoornissen worden ingevoerd, bestaande stoornissen krijgen een andere invulling’ (uit brochure jaarcongres klinisch psychologen op 20 april 2012). Het systeem zal niet meer uitsluitend categoriaal zijn, maar ook dimensioneel. De DSM-5 in wording heeft al tot vele publicaties in en buiten de professionele literatuur geleid en de emoties liepen of lopen soms daarbij hoog op. Zie o.a. vertrek van Roel Verheul uit de werkgroep persoonlijkheidsstoornissen, of de strijd van Jim van Os om de diagnose schizofrenie te laten vervangen (google maar even ‘aberrant salience model’).

De DSM-5 blijft, net als de DSM-IV toch vooral een Westerse visie op geestelijke (on)gezondheid. Een DSM uit bijvoorbeeld Afganistan, India of Pakistan zou er toch wel anders uitzien. Een systeem dat helemaal aansluit bij de Westerse democratische traditie : een APA-stuurgroep onder leiding van David J. Kupfer, M.D., meer dan 10 werkgroepen, conceptversies waar feedback op gevraagd is aan diverse beroepsverenigingen. Een tijdgebonden visie op geestelijke gezondheid bovendien (google voor aardigheid eens ‘drapetomanie’ en lees wat dr. Cartwright rond 1860 schreef, en huiver !).

En…. Het is een classificatiesysteem en niet een diagnosesysteem. Voor de collega’s die dit niet een zo belangrijk onderscheid lijkt, raad ik aan om het zeer leerzame boek ‘Handboek psychiatrie en filosofie’, onder redactie van Damiaan Denys en Gerben Meynen, 2012, de Tijdstroom, te lezen. Mensen, zowel leken als professioneel opgeleiden, lijken impliciet ervan uit te gaan dat bij elke classificatie een specifieke pathogenese hoort met een vast beloop etc. Voor de meeste DSM-5 classificaties geldt dit echter niet en betreft het classificaties op basis van clustering van symptomen. Bijvoorbeeld prof. Dehue (RUG) geeft hier mooie voorbeelden van; zoals ‘Ik ben druk en afleidbaar door mijn ADHD’. Terwijl het omgekeerd is: een bepaalde mate van druk zijn en afleidbaarheid zijn wij ADHD gaan noemen. Harde ‘biomarkers’ ontbreken grotendeels.

Ondanks deze kritische aspecten heb ik grote bewondering voor de moeite die is gedaan om zoveel mogelijk de classificaties te baseren op wetenschappelijk onderzoek en de gedegenheid van het resultaat. Ik wens ieder toe om na mei 2013 de DSM-5 te gaan gebruiken en je daarbij de kracht en de beperkingen goed te realiseren.