DSM-5; braaf achter de minister aanlopen?

28-04-2015


Ton van Heugten

Minister Schippers heeft besloten om de DSM-5 nog niet per 1 januari 2016 in te voeren voor de financiering en de registratie van verzekerde GGZ.

Moeten wij ons hier druk over maken? Ik denk het niet. Waar wij ons volgens mij wel druk over moeten maken is dat het gevaar dreigt dat wij als professionals nu het in gebruik nemen van de DSM-5 in onze beroepspraktijk uitstellen, totdat de minister zover is om de DSM-5 in te voeren. Dus dat wij de invoering van ons inhoudelijke classificatiesysteem in onze praktijk laten bepalen door de leken van het ministerie!

Er valt veel af te dingen op de DSM-5. Zo staan er in de DSM-5 classificaties en geen diagnoses. Een diagnose, in de GGZ ook wel een beschrijvende diagnose genoemd, is veel meer dan het natellen van een rijtje criteria.  Het is daarom zorgelijk dat ministerie en verzekeraars dit classificatie-systeem gebruiken om te bepalen wat wel en wat niet tot de verzekerde zorg hoort. Dit neemt niet weg dat de DSM-5 in het beroepsveld wordt beschouwd als het op dit moment beste beschikbare systeem voor het klinisch classificeren van psychische stoornissen.

Voer de DSM-5 in 2016 in

Ik wil er dan ook voor pleiten om de DSM-5 wel per 1 januari 2016 in de praktijk te gaan gebruiken.

Naast het feit dat het van de beroepsverenigingen een zwaktebod zou zijn om hierin braaf achter het ministerie aan te lopen, zijn er inhoudelijke redenen genoeg. Zonder volledig te willen zijn:

  • DSM-5 is de meest recente ‘state of the art’
  • DSM-5 is een verbetering ten opzichte van DSM-IV-TR
  • Onzekerheid of nu DSM-IV of DSM-5 gebruikt moet worden, moet zo kort mogelijk duren
  • Het siert ons als beroepsverenigingen niet om een vernieuwd en verbeterd inhoudelijk systeem, onnodig lang op de ‘plank te laten liggen’, in plaats van in de dagelijkse praktijk te gaan gebruiken.
  • in de opleidingen van aspirant-collega’s wordt vaak (en terecht) de DSM-5 gebruikt, waarmee vervolgens dus nog niet gewerkt zou worden;
  • Gezien het toch al uit de hand gelopen verband tussen financiering en onze classificaties, moeten we niet beleidsmakers laten bepalen in welk tempo wij nieuwe vakinhoudelijke instrumenten in de praktijk gaan gebruiken!

Wel noodzakelijk is dat wij als beroepsvereniging van BIG-geregistreerde psychologen hierbij samen optrekken met de beroepsverenigingen van psychiaters en huisartsen.

De oplossing voor minister en verzekeraars is overigens erg eenvoudig: maak een conversietabel waarmee DSM-5 classificaties omgezet worden in DSM-IV-TR coderingen. Voor de paar nieuwe classificaties zijn ook eenvoudige oplossingen mogelijk (b.v. de verzamelstoornis wordt omgezet in obsessief-compulsieve stoornis).

Dus laten we niet achter de minister aanlopen, maar onze eigen weg gaan!

Ton van Heugten is klinisch psycholoog- psychotherapeut en vanuit eigen onderneming actief in het geven van o.a. DSM-5-cursussen, groepsleertherapie en andere (na)scholingen. Daarnaast werkt hij parttime binnen GGZ Oost Brabant.

8 thoughts on “DSM-5; braaf achter de minister aanlopen?

  1. Dag Ton,

    Helemaal mee eens. Het is toch vreemd dat wij nog niet met het best beschikbare systeem voor het klinisch classificeren van psychische stoornissen kunnen werken totdat de overheid hier klaar voor is. De beschrijvende diagnostiek waar de DSM-5 gebruik van maakt, is van grote meerwaarde voor onze beroepsgroep maar vooral voor de cliënten!

    Kirsten Stronkhorst

  2. Beste John,

    Een diagnose is veel meer dan een DSM-5-classificatie (zie Ton), maar het classificatiekind met het badwater weggooien zou ook niet goed zijn. Wie, zoals ik, opgeleid is voor 1980 weet hoe goed het was dat er een betrouwbaarder classificatiesysteem kwam, al valt er op de klinische validiteit ervan veel aan te merken. Overigens is die naar mijn mening in de DSM-5 verbeterd t..o.v. de DSM-IV. En je kunt het de DSM-5 niet kwalijk nemen dat er misbruik van wordt gemaakt.
    Ik ben blij dat de minister heeft besloten de invoering van de DSM-5 in de DBC-systematiek uit tre stellen, omdat men daardoor de tijd heeft de financieringssystematiek fundamenteel te wijzigen (en te vereenvoudigen). Ik weet de het Zorginstituut Nederland zelf ook erg ongelukkig is met het huidige systeem.
    Overigens heb ik destijds, ondanks mijn grote bezwaren tegen de DSM-IV, besloten toch de vertaling van de DSM-5 te superviseren (waar ik een vast bedrag, geen royalty’s voor ontvang), omdat het nu eenmaal zo is dat de DSM veel invloed heeft op ons taalgebruik, en ik hecht aan een goede Nederlandse vertaling.

    Michiel W. Hengeveld

  3. Beste John,

    En ik begrijp goed dat jij het gevoel hebt dat overheid en verzekeraars misbruik maken en wij als professionals dit laten welgevallen. Ik geef veel cursussen in DSM en daarbinnen staat het ‘fileren van de DSM’ het eerste uurtje centraal. Plus (inter)nationale kritieken (zie Jim van Os).
    Daarna staat in de cursus centraal het maken van een beschrijvende diagnose (Hengeveld& Schudel, 2003). Een beschrijvende diagnose is waar ook de opstellers van de DSM-5 ook vanuit gaan (‘Dikke versie’ DSM-5, pag. 71). Dat doe je eerst en niet volstaan met optellen van symptomen! Dat helpt!
    Een beschrijvende diagnose heeft o.a. veel overeenkomsten met het maken van functionele analyses en betekenis analyses in de CGT. Dus diagnostiek op maat en vanuit empathie voor de client!
    Daarna maak je ‘nog even de classificatie’ volgens de DSM. Dat krijgt daarmee een veel bescheidener plaats. Wel helpt de DSM in eenduidig taalgebruik, statistiek en financiering.

    Ton van Heugten

  4. Beste Michiel,

    Hartelijk dank voor jouw reactie. Fijn om te zien dat we op 1 spoor zitten.
    Het ware mooi (lees noodzakelijk) dat de relevante beroepsverenigingen hierin samen optrekken.

    Ton van Heugten

  5. Beste Ton en Michiel,
    Vanuit jullie professionele en financiële betrokkenheid bij de DSM-materie begrijp ik goed dat jullie het gebruik van de DSM-5 stimuleren. Inmiddels wordt de DSM door de overheid en de verzekeraar al jarenlang misbruikt en hebben de meeste psychiaters en (klinisch)psychologen zich dit helaas laten welgevallen. De klinische praktijk werkt anders, weten jullie. In basisopleidingen en aan de universiteit worden collegae opgeleid die volgens richtlijnen en de DSM moeten leren denken, en het zo gewoon zijn gaan vinden met hun cliënten / patiënten om te gaan. Lees de recente uitspraken over behandelen van psychische problematiek van Yalom, De Wachter, van Os en Verhaeghe er eens op na, dan kunnen wij als clinici ons werk doen zonder die DSM-5 dictatuur die ons opgelegd is door overheid en verzekeraar.
    John Englebert, klinisch psycholoog/ psychotherapeut

  6. Beste Ton,

    De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie heeft recent haar leden opgeroepen om de DSM-5 per 1 januari 2016 in te voeren in de patiëntenzorg en het wetenschappelijk onderzoek (zie nvvp.net).Dit precies om de redenen die je in je blog noemt.
    DBC-onderhoud heeft intussen al die door jou voorgestelde conversietabel gemaakt, die door mij (als supervisor van de vertaling van de DSM-5) is gecontroleerd.
    Kortom: ik deel je oproep aan de andere beroepsverenigingen om de NVvP hierin te volgen.

    Michiel W. Hengeveld

    1. Dank je wel Liedeke. Laten wij als professionals toch zelf bepalen wanneer we een nieuw classificatiesysteem invoeren en dat met de psychiaters en huisartsen mooi op 1 moment doen. Dat mandaat kan de minister toch niet claimen!

Comments zijn gesloten