De nieuwe bekostiging van de GGZ (I)

20-11-2019

 

Inleiding
Al enkele jaren wordt er gesproken over een nieuw bekostigingssysteem binnen de GGZ. Op 30 april 2019 heeft de NZa aan het Ministerie van VWS het advies gegeven om het bekostigingssysteem binnen de GGZ per 2022 aan te passen. Waar het aanvankelijk het idee was om per 2020 een nieuw systeem in te voeren, bleek dit niet haalbaar. In haar advies adviseert de NZa het model per 2022 in te voeren als bekostiging voor de GGZ en FZ. Het jaar 2021 zal daarbij als simulatiejaar gaan fungeren. Dat betekent dat er de komende tijd het nodige zal veranderen in de bekostiging. Voor zorgaanbieders is het van belang de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten te houden. In deze artikelenreeks zullen wij u gedurende dit proces meenemen in de belangrijkste ontwikkelingen en u voorbereiden op de aankomende wijzigingen.

Terugblik
Sinds 2014 kennen we in de basis-GGZ een bekostiging op basis van patiëntprofielen. Deze bekostiging is vergelijkbaar met de DBC’s waarbij los van alle individuele activiteiten één product wordt gedeclareerd. De DBC-systematiek in de gespecialiseerde GGZ was enkele jaren eerder al ingevoerd.

Gespecialiseerde GGZ
Binnen de gespecialiseerde GGZ wordt de prestatie en het tarief bepaald door staffels op basis van de geregistreerde minuten. Deze financieringsvorm kent een perverse prikkel aangezien langer doorbehandelen leidt tot een hogere vergoeding. Zo kent een behandeling voor eetstoornissen van 17.999 minuten een maximaal NZa-tarief van ruim € 29.000 terwijl een behandeling van 18.000 minuten een maximale vergoeding kent van ruim € 45.000. Het verschil tussen deze behandelingen is 1 minuut, maar de declaratiewaarde van de behandeling ligt ruim € 15.000 hoger. De gedachte was dat dit zich steeds zou uitmiddelen, omdat aanbieders soms hoog en de andere keer laag zouden uitkomen qua behandelminuten. Gemiddeld genomen zouden de geïnvesteerde minuten en de declaratiewaarde daardoor dus in verhouding moeten zijn. De grote verschillen blijven echter bijzonder.

Basis-GGZ
Binnen de Basis-GGZ is de bekostiging anders geregeld. Daar kennen we slechts een viertal zorgprestaties, te weten kort, middel, intensief en chronisch. Onafhankelijk van het aantal behandelingen of behandelminuten wordt één prestatie in rekening gebracht. In principe dient de gehele zorgvraag in één product te worden behandeld en kan dit product 365 dagen open staan. De NZa heeft in haar beleidsregel en nadere regel wel een indicatieve minutennorm opgenomen maar benadrukt dat deze niet doorslaggevend is. In theorie kan het voorkomen dat een aandoening die laag complex is, 365 dagen open staat en waarin wekelijks wordt behandeld slechts een waarde vertegenwoordigt van een kort traject van ongeveer € 500,-. Vice versa is het ook mogelijk dat een intensief traject gedeclareerd kan worden à € 1.350,-  voor een behandeling die in bijvoorbeeld 4 zittingen is afgerond. De praktijk is weerbarstiger gebleken en zorgaanbieders hechten meer waarde aan de minutennorm dan de NZa voor ogen had. Logisch, want het is lastig de investering van tijd en het traject geheel los van elkaar te zien. Laat staan dat zorgkosten gemonitord kunnen worden in het kader van plafondafspraken, gemiddelde normatieve uurtarieven en ander budgetafspraken. Los van het bovenstaande zijn er nog tal van voorbeelden te noemen waarom de bekostiging aan een verbeterslag toe is.

Het huidige systeem is lastig uit te leggen aan zorgprofessionals die al enige tijd meelopen in de GGZ. Wij merken dat er al jaren flink wordt geworsteld met het huidige systeem. Wij zijn dan ook zeer content met de aankondiging van het nieuwe systeem en zullen de weg naar een nieuw bekostigingssysteem met bijzondere interesse voor u volgen. Bovendien zijn de ambities van het nieuwe systeem veelbelovend. Zo worden nota’s transparanter, zullen de administratieve lasten sterk worden teruggedrongen, zal er meer onderscheid komen tussen verschillende beroepsgroepen en is de DSM minder dominant. De DBC-systematiek, die we nog maar relatief kort kennen, zal worden losgelaten en er wordt weer gefinancierd op basis van een prestatiebekostiging.

De weg naar een nieuw bekostigingssysteem
Zoals gezegd is het de bedoeling dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars in 2022 klaar zijn voor de invoering van het nieuwe systeem met 2021 als simulatiejaar. Op dit moment is nog onvoldoende concreet te vermelden hoe het nieuwe systeem zal uitpakken. Wel is het van belang om de vinger aan de pols te houden bij de systeemwijzigingen en te voorkomen dat je straks wordt overvallen met het nieuwe systeem. De ontwikkelingen van het nieuwe systeem zijn te volgen via een speciaal daartoe ingerichte website over het zorgprestatiemodel. Inmiddels zijn de 8 werkgroepen ingericht die in de komende periode het prestatiemodel nader zullen uitwerken. In de volgende artikelen van deze serie zullen wij u meenemen in de uitwerking van het prestatiemodel en de impact voor zorgaanbieders bespreken.

Gelet op de beperkingen van het huidige systeem, kan het systeem wat ons betreft niet snel genoeg in werking treden. Wel blijft het van belang dat de ontwikkeling en implementatie zorgvuldig verloopt en de belangen van zorgaanbieders en cliënten daarbij goed in acht worden genomen. Het nieuwe systeem biedt onzes inziens kansen om de GGZ-sector verder te helpen. Vooral in het simulatiejaar 2021 hopen wij dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars bereid zijn te experimenteren met het nieuwe systeem om zo onder meer de wachtlijstenproblematiek verder aan te pakken, een (nieuwe) start te maken met kwaliteitsmonitoring waar alle partijen zich in kunnen vinden en relevante partijen de samenwerking en het vertrouwen in elkaar kunnen versterken.

Het worden weer spannende tijden in de GGZ!

Stijn van Engelen
Jurist | Eldermans|Geerts