Dbc-pakket 2017 van kracht

Op 1 januari is het dbc-pakket 2017 voor de ggz en forensische zorg ingegaan. Daarin is een aantal wijzigingen opgenomen die een duidelijke impact hebben.

DSM-5 naast DSM-IV
Vanaf 2017 geldt het internationale classificatiesysteem DSM-5 voor de afbakening van de verzekerde aanspraken in de gespecialiseerde ggz. DSM-5 wordt alleen gebruikt voor de classificatie van de diagnose. Vervolgens is er een vertaling naar een DSM-IV diagnose, zodat de huidige dbc-systematiek intact blijft.

Regiebehandelaar
Aanbieders en verzekeraars hebben samen een kwaliteitsstatuut opgesteld voor de gespecialiseerde ggz en de basis-ggz. Dat beschrijft hoe de zorgaanbieder de zorg organiseert, met aandacht voor de regie door de patiënt en de kwaliteit en toetsbaarheid van de zorg. De hoofdbehandelaar is hierin vervangen door de regiebehandelaar. Welke beroepen dat mogen zijn, is door veldpartijen bij vrijgevestigden en instellingen verschillend ingevuld. Ook verschilt dit tussen de basis-ggz en de gespecialiseerde ggz. De NZa heeft deze opzet van de veldpartijen overgenomen.

Kleinere wijzigingen
Daarnaast kent het dbc-pakket bijna twintig relatief minder grote wijzigingen. Eén daarvan is de regel dat een dbc heropend moet worden als de patiënt onverwacht binnen 35 dagen weer terugkomt. Deze norm zorgt voor helderheid wat in welke situatie moet gebeuren. Ook kunnen instellingen vanaf 2017 verblijf in een ‘high intensive care unit’ declareren. Deze hic-units moeten voorkomen dat patiënten in een crisis raken. Er is een toeslag bij doven-ggz voor de inzet van een tolk gebarentaal en een communicatiedeskundige en een leeftijdsgebonden toeslag voor jongvolwassenen.

Nu geldende documenten
Alle documenten die gelden in 2017 zijn in één overzicht verzameld op de pagina met nu geldende documenten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *