Blind vertrouwen of beroepsgeheim?

12-03-2014


Wenja van der Meulen

‘Hoewel het publiek bekend is dat wij een beroepsgeheim hebben, lijkt er binnen onze beroepsgroep maar tamelijk weinig aandacht voor te bestaan. Wij leveren volgzaam en in toenemende mate de privacy gevoelige cliëntgegevens aan die de verzekeringen van ons vragen, in ruil voor een verzekerde boterham.’

Psychische aandoening iets anders dan gebroken been

In discussies onder vakgenoten hierover wordt nogal eens de vergelijking gemaakt met de somatische patiënt, waarvan toch ook het gebroken been wordt gemeld aan de zorgverzekering. Deze vergelijking gaat in meerdere opzichten mank. De informatie afkomstig uit de psychologenpraktijk, is bij uitstek persoonlijk, ligt altijd gevoelig  en staat niet los van de privépersoon, zoals bijvoorbeeld een gebroken been wel. De eenvoudig te herleiden door ons aangeleverde informatie komt terecht op een administratieve afdeling van de verzekeraar, waar deze aan een willekeurige (uitzend)kracht wordt toevertrouwd, Steeds opnieuw wordt aangetoond dat de digitale (patiënten)dossiers onveilig en gemakkelijk te kraken zijn, zelfs door willekeurige externe amateurs, waardoor zeer ongewenste situaties kunnen ontstaan, van schending van de privacy, misbruik van gegevens, uitsluiting van (arbeidsongeschiktheids-) verzekeringen, allerlei vormen van diskwalificatie en van afwijzing bij sollicitaties, tot aan regelrechte  chantage.

Cliënt is kwetsbaar

Wanneer je zelf, als verondersteld weldenkend mens, je persoonlijke gegevens langs digitale weg prijsgeeft aan een ander, kun je nog enigszins bepalen of  je je onverschillig, roekeloos, voorzichtig, naïef of gemakzuchtig opstelt. Maar de cliënten, die zich aan onze zorg toevertrouwen, nemen hier niet zelf de beslissing over en kunnen de consequenties en risico’s niet overzien. Zij gaan er vanuit dat de gesprekken vertrouwelijk zijn en vallen onder de geheimhoudingsplicht van hulpverleners, zoals die algemeen bekend is onder leken. Zij zijn niet in goeden doen op het moment dat zij hulp vragen en vaak minder weerbaar dan gebruikelijk. Hun prioriteiten liggen op dat moment bij hun problemen en zij zijn in meer of mindere mate wanhopig of in de war en in ieder geval deels afhankelijk. De werkrelatie met een cliënt of patiënt is er een die gebaseerd is op vertrouwen en de therapeut doet zijn best de cliënt te verleiden tot openheid en self disclosure als voorwaarde voor een succesvolle begeleiding. Wij werpen ons als behandelaar op als de verantwoordelijke, professionele vertrouweling, verwijzend naar onze beroepsethiek. Bij ons is men veilig. Het is juist bij de gratie van een veronderstelde geheimhoudingsplicht, dat de cliënt zich aan ons durft toe te vertrouwen en daar is die ook voor bedoeld. De cliënt toont zich kwetsbaar aan ons, omdat hij de besloten praktijksituatie veiliger acht dan de buitenwereld.

Datahonger

Hoe verhoudt dit zich ten opzichte van de datahonger van de verzekeraar, waar onze cliënt zelf zijn (‘veilige’) zorg in goed vertrouwen heeft ingekocht? Maar vooral, hoe verhouden wij ons ten opzichte van de (dubbel)rol die wij hierin vervullen? Wij dienen de verzekering en daarmee ook onszelf, maar hoe dienen wij de cliënt hiermee? Het zal niet lang duren voor deze gaat inzien dat hij bij ons niet veilig is.

Wij forceren, onder druk van verzekeringsmaatschappijen en de overheid, complexe psychologische processen in statistische classificaties van gestolde, statische stoornissen, waarvan wij weten dat zij de individuele werkelijkheid geweld aan doen en elke psychodynamiek of context ontberen, om deze vervolgens naar medisch model met een schijngrens te onderscheiden van psychische klachten. Door deze tweedeling, lijkt een DSM-stoornis een zekere wenselijkheid te verkrijgen, aangezien deze een voorwaarde vormt voor de behandeling door een gekwalificeerde gz-psycholoog . Of de cliënt daar op de lange duur nog zo blij mee is, is de vraag..

Deze platte etiketten sturen we namelijk vervolgens onder de misleidende naam ‘diagnose’ naar onbekwame buitenstaanders zonder een medisch beroepsgeheim om er hun voordeel mee te doen. Hier worden deze digitaal opgeslagen om nooit meer te verdwijnen. Waarmee zowel de persoonlijke ontwikkeling van de cliënt wordt ontkend, als de succesvol geachte behandeling die hij heeft ondergaan. De gevallen waarin deze achterhaalde, hardnekkige gegevens worden gebruikt in het nadeel van onze cliënt, zijn legio. Dat daarnaast de beveiliging van digitale systemen zo lek is als een mandje, mag bekend worden verondersteld, maar soms lijkt het gebrek aan veiligheid zelfs het karakter van extra serviceverlening aan te nemen. Zoals bij het voorval van een paar jaar geleden, waar Jacob Kohnstamm (voorzitter CPB) in een interview in HP/ de tijd van deze maand nog aan refereert, toen de publieke arbodiensten werden geprivatiseerd en alle medische gegevens een-op-een bij de werkgevers op het bureau bleken te zijn beland Dit soort gebeurtenissen geeft een geheel andere connotatie aan de door onze minister zo geprezen ‘transparantie’.

Standaard gebruik opt-outformulier

Het is mijns inziens van groot belang om onze beroepseer te redden en ons  beroepsgeheim gestand te doen, en daarmee de cliënt tegen zichzelf en ons te beschermen. Ik vind daarom dat het minstens tot de standaardprocedure dient te behoren in onze praktijk, dat het opt-outformulier (verklaring van bezwaar inzake de privacy) dat de stichting KDVP  (te downloaden op www.kdvp.nl of in documentatie Basis GGZ ) heeft bevochten bij de NZa, aan de cliënt ter ondertekening wordt voorgelegd. Onlangs heeft de stichting KDVP opnieuw actie moeten ondernemen en formeel bezwaar aangetekend tegen de NZa, vanwege de onjuiste en onvolledige bezwaarregeling, zoals de NZa die eerder had moeten formuleren op basis van uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (zie www.kdvp.nl voor nadere informatie)

Dat dit wettelijk recht op privacy van de cliënt nog steeds niet waterdicht blijkt te zijn verwoord door de NZa, toont eens temeer de relevantie ervan aan.

Wenja van der Meulen is vrijgevestigd gz-psycholoog en filosoof te Amsterdam

 

Ter inspiratie; het themanummer van deze maand van HP/ de Tijd, dat geheel aan het thema privacy is gewijd.

Twee tv documentaires en een column:

https://www.npo.nl/panopticon-illusie-van-privacy/09-01-2014/BNN_101346038

https://www.npo.nl/tegenlicht/02-03-2014/VPWON_1209791

https://www.discura.nl/auteurs/prof-dr-jan-derksen/dsm-een-inadequaat-instrument