cao ggz

Herregistratie als gz-psycholoog

Voor 1 januari 2017 moeten alle gz-psychologen die geen specialist zijn en vijf jaar of langer staan ingeschreven bij het BIG-register zich herregistreren. Voorwaarde hiervoor is dat je in de periode 2012-2016 meer dan 3.120 uur werkervaring hebt opgedaan als gz-psycholoog.

In dit dossier een overzicht van de tot op heden beschikbare informatie over de herregistratieregeling.

N.B. Naar verwachting zal binnenkort beschikbaar komen over het scholingsprogramma voor gz-psychologen die  niet aan deze werkervaringseisen voldoen.

Klik op hoofdstuktitel om direct naar de betreffende informatie te gaan:

I. De herregistratieregeling in het kort

II. Werkervaring

III. Toets en evt. scholingsprogramma bij onvoldoende werkervaring

Zie ook: na 2017 bij- en nascholing als voorwaarde voor herregistratie

I. De herregistratieregeling in het kort

Op 1 januari 2012 is de herregistratieregeling voor gz-psychologen, psychotherapeuten, artsen, tandartsen en apothekers in werking getreden. Vanaf dat moment zijn registraties in het BIG-register nog maar vijf jaar geldig. Dat betekent  dat gz-psychologen die op 1 januari 2012 stonden ingeschreven zich voor 1 januari 2017 dienen te herregistreren. Voor specialisten (klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen) geldt een afwijkende regeling: zo lang zij geregistreerd staan als specialist worden zij ook automatisch geherregistreerd als gz-psycholoog. N.B. dit geldt niet voor een eventuele registratie als psychotherapeut. Zie hieronder.

Gz-psychologen die na 1 januari 2012 zijn ingeschreven in het register moeten zich vijf jaar na de datum van hun diploma of vakbekwaamheidsregistratie laten herregistreren.

Criteria voor herregistratie

Je komt in aanmerking voor herregistratie als gz-psycholoog als je in de afgelopen vijf jaar minimaal 3.120 uur hebt  gewerkt als gz-psycholoog. Als je niet voldoet aan deze werkervaringseis kun je een scholingstraject volgen om in aanmerking te komen voor herregistratie.

Herregistratie voor specialisten en gz-psychologen in opleiding tot specialist

Specialisten (klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen) hoeven zich niet apart te herregistreren als gz-psycholoog. Zo lang zij geregistreerd zijn als specialist, loopt ook hun registratie als gz-psycholoog gewoon door. Let op: dit geldt niet voor de registratie als psychotherapeut. Omdat dit een ander beroep is, moet je je hiervoor wel apart herregistreren. 

Gz-psychologen die in opleiding zijn tot specialist kunnen voor de herregistratie volstaan met een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister. Ze hoeven dus niet apart aan te tonen dat ze voldoen aan de werkervaringseis.

Procedure

Uiterlijk 6 maanden voor het verlopen van je herregistratie ontvang je bericht van het BIG-register. Aanvraag van herregistratie geschiedt digitaal via de website van het BIG-register. De kosten van een aanvraag tot herregistratie bedragen € 85. Vaak worden deze kosten vergoed door de werkgever.

Als je niet tijdig een aanvraag tot herregistratie indient, of als je aanvraag wordt afgewezen, word je inschrijving in het BIG-register geschrapt zodra je registratietermijn is verlopen. Je kunt daarna altijd een aanvraag indienen om opnieuw ingeschreven te worden in het register. Je moet dan aantonen dat je voldoet aan de herregistratie-eisen. 

II. Werkervaring

De eenvoudigste manier om voor herregistratie in aanmerking te komen is door aan tonen dat je in de herregistratieperiode van vijf jaar voldoende werkervaring hebt opgebouwd als gz-psycholoog. De werkervaringseis voor gz-psychologen en psychotherapeuten bedraagt 3.120 uur over vijf jaar. Dit komt overeen met gemiddeld 12 uur per week.

Beoordeling van de werkervaring gebeurt aan de hand van een beoordelingskader. Dit bestaat uit twee gedeelten:

  • een algemeen beoordelingskader, met regels die gelden voor alle beroepen
  • een specifiek beoordelingskader voor elk van de afzonderlijke beroepen

Klik hier voor het algemene beoordelingskader en het beoordelingskader van gz-psychologen. Voor het beoordelingskader voor herregistratie als psychotherapeut klik hier.

Inhoudelijke eisen werkervaring

Werkervaring kan meetellen, als voldaan wordt aan twee eisen:

  1. De werkzaamheden moeten liggen op het terrein van de individuele gezondheidszorg.
  2. De werkzaamheden moeten vallen binnen het deskundigheidsgebied van het beroep waarvoor je herregistratie aanvraagt. Voor de gz-psycholoog is dit deskundigheidsgebied in de wet-BIG omschreven als ‘het verrichten van psychologisch onderzoek, het beoordelen van de resultaten daarvan alsmede het toepassen van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen psychologische behandelingsmethoden ten aanzien van een persoon met het oog op diens gezondheidstoestand’. In gewoon Nederlands: diagnostiek, indicatiestelling en behandeling, inclusief de evaluatie daarvan.

Deze eisen worden nader uitgewerkt in het beoordelingskader. Hieronder een aantal belangrijke punten

  • ‘Individuele  gezondheidszorg’. Dit is gedefinieerd als ‘werkzaamheden die rechtstreeks gericht zijn op een persoon met het doel de gezondheid van de persoon te bevorderen of te bewaken’. Belangrijk is hierbij dus niet de setting, maar de aard van de werkzaamheden. Wat bij voorbeeld niet meetelt, is werk dat gericht is op groepen patiënten, zoals preventie. Aan de andere kant hoeft het werk niet per se binnen de context van de gezondheidszorg te vallen. Denk bij voorbeeld aan jeugdzorg of onderwijs, waarin het werk van gz-psychologen ook vaak gericht is op ‘de bevordering of bewaking van de gezondheidszorg. In het specifieke beoordelingskader worden hiervan een aantal specifieke voorbeelden gegeven, zie p.38-39.
  • Ook werkzaamheden in een ander beroep dan gz-psycholoog kunnen meetellen, mits deze werkzaamheden wel vallen binnen het deskundigheidsgebied van de gz-psycholoog, en op het niveau van een gz-psycholoog worden uitgeoefend. Dit geldt bij voorbeeld voor werkzaamheden als psychotherapeut. Werkzaamheden als POH-GGZ kunnen vermoedelijk niet meetellen, omdat deze werkzaamheden niet op het (academisch) niveau van de gz-psycholoog liggen.
  • Ook leidinggevende werkzaamheden kunnen meetellen, zolang de werkzaamheden waarover leiding wordt gegeven te maken hebben met zorg voor personen en liggen op het deskundigheidsgebied en het niveau van de gz-psycholoog. Dus leidinggeven aan een team van gz-psychologen kan wel meetellen, maar leidinggeven aan een interdisciplinair zorgteam met HBO’ers in bij voorbeeld de gehandicaptenzorg niet, of slechts gedeeltelijk. 
  • Daarnaast zijn er zogenaamde ‘gelijkgestelde werkzaamheden’, die ook meegerekend mogen worden. Dit zijn met name werkzaamheden als docent aan een universiteit of aan een post-master opleiding tot gz-psycholoog of gz-psycholoog-specialist. Voorwaarde daarbij is dat het onderwijs betrekking heeft op het centrale vakgebied van de gz-psycholoog. Dit is geoperationaliseerd aan de hand van de vakken die genoemd staan in artikel 3.5 van het Besluit Gezondheidszorgpsycholoog
  • Ook buitenlandse werkervaring telt in principe mee.

Overige eisen werkervaring

  • Werkonderbrekingen door bijvoorbeeld ouderschapsverlof, zorgverlof, buitengewoon verlof of langdurige ziekte tellen niet mee (zwangerschaps- en bevallingsverlof wel).
  • Als je het werk langer dan twee jaar aaneengesloten onderbreekt, telt de werkervaring voor de onderbreking niet meer mee.
  • Voor werk in dienstverband wordt de contractuele arbeidstijd als basis genomen voor de berekening. Voor zelfstandig gevestigden wordt het aantal cliëntcontacturen als basis genomen. Hier mogen onder andere uren voor bedrijfsvoering, deskundigheidsbevordering, vakantie en ziekte  bij worden opgeteld. Zie voor specifieke regels voor de urenberekening hoofdstuk 4 van het algemene beoordelingskader.

Aantonen werkervaring

Uitgangspunt bij de beoordeling van de werkervaring is de opgave van de beroepsbeoefenaar. Deze aanvragen worden alleen steekproefsgewijs gecontroleerd. Als je in de steekproef valt, moet je in staat zijn je opgave te onderbouwen met bewijsstukken. Je hoeft dus niet standaard bewijsstukken mee te sturen. Een uitzondering vormt werkervaring in het buitenland. Hiervan moeten wel bewijsstukken worden overlegd.

III. Toets en evt. scholingsprogramma bij onvoldoende werkervaring

Wie onvoldoende gewerkt heeft om in aanmerking te komen voor herregistratie op basis van werkervaring kan zich via een toets en evt. scholing alsnog kwalificeren voor herregistratie. Inmiddels is meer informatie beschikbaar over de opzet van toets en scholing.

Toets en  scholing worden verzorgd door het LOGO, het landelijk overleg van de opleidingsinstellingen die ook de opleiding tot gz-psycholoog verzorgen. Uitgangspunt is dat de gz-psycholoog aantoont dat hij/zij nog steeds beschikt over de kerncompetenties en kernvaardigheden van het beroep van gz-psycholoog.

Er worden twee mogelijkheden geboden:

  1. Wie denkt dat hij/zij beschikt over de kerncompetenties en kernvaardigheden kan rechtstreeks de toets doen
  2. Wie zich eerst wil bijscholen kan één of meer scholingsmodules volgen.

Toets

De toets bestaat uit vier onderdelen

  1. Een beroepsinhoudelijke kennistoets op het gebied van diagnostiek en indicatiestelling
  2. Een vaardighedentoets op het gebied van diagnostiek en indicatiestelling (portfolio)
  3. Een beroepsinhoudelijke kennistoets op het gebied van behandeling en evaluatie
  4. Een vaardighedentoets op het gebied van behandeling en evaluatie (portfolio)

Van elke toets zijn er twee varianten, ‘Volwassenen en Ouderen’ en ‘Kinderen en Jeugdigen’. Je mag zelf kiezen welke variant van de toets je wilt doen.

Wie geslaagd is voor de vier toetsonderdelen, ontvangt het Periodiek Registratie Certificaat. OP basis hiervan kan herregistratie worden aangevraagd.

De scholing

Wie zich wil voorbereiden op de toets kan één of meerdere scholingsmodules te volgen. De inhoud van de ontwikkelde scholingsmodules is direct gerelateerd aan de inhoud van de toetsonderdelen. Er wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van dezelfde voorbereidende literatuur.

Scholing kan naar keuze worden gevolgd. Als je denkt dat je voldoende competent bent op het gebied van behandeling, kun je bijv. alleen de scholingsmodule diagnostiek volgen, en omgekeerd.

Er zijn vier scholingsmodules:

  1. Diagnostiek en indicatiestelling Kinderen & Jeugd
  2. Diagnostiek en indicatiestelling Volwassenen & Ouderen
  3. Behandeling en evaluatie Kinderen & Jeugd )
  4. Behandeling en evaluatie Volwassenen & Ouderen

Praktisch 

Zie voor alle praktische informatie over toets en scholing de website van de RINO Groep.  Hier is ook een uitgebreide studiehandleiding te vinden, met een beschrijving van de inhoud van toetsen en scholingen, startdata en voorwaarden voor deelname.

Bron: website en mondelinge informatie LOGO

 

Altijd op de hoogte zijn?

Word lid, volg ons op Twitter @nvgzp of abonneer je op onze Nieuwsbrief.

 

Dit bericht delen?

Klik op een van de buttons om dit bericht te delen met collega’s of andere geïnteresseerden.

Er zijn nog geen reacties gegeven.

Reageren?

Klik op de button en plaats je reactie onder dit artikel.

 

 

Regiebehandelaarschap en kwaliteitsstatuut GGZ

Het regiehandelaarschap in de GGZ is voor de gz-psychologen en specialisten één van de belangrijkste thema’s van dit moment. Door het advies van de commissie Meurs zijn met ingang van 1 januari 2017 het kwaliteitsstatuut en regiebehandelaarschap in de plaats gekomen van het hoofdbehandelaarschap als wettelijke leidraad.

Vanaf 1 januari 2017 zijn alle zorgaanbieders in de curatieve ggz, die onder de zorgverzekeringswet vallen, verplicht hun kwaliteitsstatuut openbaar te maken. U heeft zich hiervoor vanaf juli 2016 kunnen aanmelden via www.GGZKwaliteitsstatuut.nl.

Het model kwaliteitsstatuut vindt u hier.

Klik hier voor de invulinstructie die de NVGzP voor u heeft opgesteld. Dit betreft een invulhulp; voor het invullen van het kwaliteitsstatuut, dient u het format op de site van www.ggzkwaliteitsstatuut.nl te downloaden.

Hieronder treft u uitgebreide informatie over regiebehandelaarschap en kwaliteitsstatuut aan. Klik op hoofdstuktitel om direct naar de betreffende informatie te gaan:

I.   Achtergrond en geschiedenis

II.  Nieuwe regeling regiebehandelaarschap; onder constructie

III. Geschiedenis: van hoofdbehandelaarschap naar kwaliteitsstatuut en regiebehandelaarschap (commissie Meurs)

IV. Documentatie advies commissie Meurs en reacties

 

 I. Achtergrond en geschiedenis

Europsyche (2012)

Het begrip ‘hoofdbehandelaar’ kwam in 2012 in het brandpunt van de belangstelling te staan door de zogenoemde EuroPsyche-affaire. Europsyche was een netwerkorganisatie binnen de GGZ, waarbij meer dan duizend zorgverleners waren aangesloten. Binnen deze organisatie kwam het voor dat een psychiater in naam verantwoordelijk voor de behandeling, terwijl de zorg in werkelijkheid werd verleend door behandelaars van zeer verschillende pluimage, vaak zonder BIG-registratie. Toen dit aan het licht kwam, was dit voor de minister aanleiding om strengere eisen te stellen aan het hoofdbehandelaarschap. Daarbij ging het zowel om de vraag wie hoofdbehandelaar mag zijn, als wat de rol is van de hoofdbehandelaar in het behandelproces.

Advies Inspectie 2013

Op verzoek van de minister deed de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in 2013 een eerste poging door een ‘veldnorm’ te formuleren. Die bestond uit twee onderdelen: een omschrijving van de inhoud van het hoofdbehandelaarschap en een standpunt over wie de hoofdbehandelaar mocht zijn binnen de gespecialiseerde GGZ. Over de omschrijving was relatief weinig discussie. Des te meer commotie ontstond er echter over het hoofdbehandelaarsstandpunt van de IGZ. Volgens de Inspectie kon dit alleen een psychiater of klinisch psycholoog zijn, een opvatting die in het veld op breed verzet stuitte.

Klik hier voor het rapport van de Inspectie. Klik hier voor de reactie van de NVGzP op dit rapport.

Voorlopige regeling 2014-2016

In reactie op het concept-advies van de Inspectie kwamen de partijen uit het Bestuurlijk Akkoord GGZ in juni 2013 met een gezamenlijk advies aan de Minister.  Hierin werd een voorlopige regeling voorgesteld voor het hoofdbehandelaarschap.

Voor de Basis GGZ  werden dertien disciplines voorgesteld die het hoofdbehandelaarschap zouden kunnen vervullen, waaronder de gz-psycholoog, de psychotherapeut, de klinisch psycholoog, de klinisch neuropsycholoog, de orthopedagoog-generalist en de kinder- en jeugdpsycholoog NIP.

Voor de gespecialiseerde GGZ werden acht disciplines genoemd als mogelijk hoofdbehandelaar: de psychiater, de klinisch psycholoog, de klinisch neuropsycholoog, de psychotherapeut, de specialist ouderengeneeskunde, de verslavingsarts, de klinisch geriater en (in bepaalde gevallen) de verpleegkundig specialist GGZ.

Op basis van dit advies heeft de Minister in juli 2013 een voorlopige regeling vastgesteld, die geldig is voor 2014 en 2015. Zie hieronder, onder Nieuwe regeling

II. Nieuwe regeling: onder constructie

III. Geschiedenis tot 2017

Commissie Meurs

De voormalige regeling voor het hoofdbehandelaarschap was bedoeld als een tijdelijke regeling. Om tot een definitieve regeling te komen, is eind 2014 de commissie Meurs ingesteld. Het rapport van deze commissie werd in mei 2015 gepubliceerd.

In haar rapport komt de commissie tot de conclusie dat eisen aan het hoofdbehandelaarschap niet de manier waren om grip te krijgen op kwaliteit en kostenontwikkeling in de GGZ. Zij stelde voor het begrip ‘hoofdbehandelaar’ te vervangen door ‘regiebehandelaar’. Daarnaast stelde de commissie de invoering van een ‘kwaliteitsstatuut’ voor als instrument om de kwaliteit  van de zorg beter te borgen.

De voorstellen van de commissie zijn overgenomen door de minister. Verder is  er een model-kwaliteitsstatuut ontwikkeld. Met ingang van 1 januari 2017 moet elke praktijkhouder een ingevuld en geregistreerd kwaliteitsstatuut hebben.

Hoofdbehandelaarschap: oneigenlijk instrument

In haar rapport kraakte de commissie harde noten over de voormalige regelingen rond het hoofdbehandelaarschap. De beperking van het hoofdbehandelaarschap in de gespecialiseerde GGZ tot psychiaters en klinisch psychologen was gebaseerd op de veronderstelling dat er zoiets bestaat als inhoudelijke eindverantwoordelijkheid over de gehele behandeling. Dit staat haaks op de ontwikkeling in de praktijk, de verwachtingen van cliënten en de jurisprudentie in het tuchtrecht over de verantwoordelijkheid van hoofd- en medebehandelaren.

Deze invulling van het hoofdbehandelaarschap heeft volgens de commissie in de afgelopen jaren ernstig afbreuk gedaan aan de kwaliteit van zorg. Instellingen werden gedwongen ‘oneigenlijke contactmomenten’ in te bouwen van patiënten met de psychiater of de klinisch psycholoog. Dit leidde tot een inefficiënte inzet van personeel en tot ondermijning van de vertrouwensband met patiënten.

Regiebehandelaarschap in plaats van hoofdbehandelaarschap

De belangrijkste taak van de hoofdbehandelaar was niet de inhoudelijke eindverantwoordelijkheid over de behandeling, maar de regie over het behandelproces en de communicatie met de cliënten. Om deze reden stelde de commissie voor het begrip ‘hoofdbehandelaar’ te vervangen door ‘regiebehandelaar’. Deze regiebehandelaar hoefde bovendien niet gedurende het hele behandelproces dezelfde te zijn.

Ook aan de regiebehandelaar moesten volgens de commissie eisen worden gesteld. De regiebehandelaar behoeft echter niet de inhoudelijk hoogst gekwalificeerde behandelaar te zijn in een team. Volgens de commissie komt elke professionele discipline in aanmerking om de functie van regiebehandelaar te vervullen, mits er sprake is van een academische opleiding of daarmee vergelijkbaar niveau, BIG-registratie, relevante werkervaring en deelname aan een vorm van intervisie of intercollegiale toetsing.

Kwaliteitsstatuut

Belangrijk is dat de regiefunctie is ingebed in een goede multidisciplinaire samenwerking. Het instrument om dit te borgen is volgens de commissie een kwaliteitsstatuut. Zaken die hierin geregeld moeten worden zijn:

  • de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de regiebehandelaar en de andere teamleden;
  • het mandaat van de regiebehandelaar om andere betrokken zorgverleners aan te sturen;
  • de criteria voor het op- en afschalen van een behandeling en het inroepen voor specifieke inhoudelijke deskundigheid;
  • de manier waarop de overdracht van het regiebehandelaarschap plaatsvindt;
  • de manier waarop het zorgproces geëvalueerd wordt.

Het kwaliteitsstatuut zou als voorwaarde moeten fungeren voor de toelating van zorgaanbieders en voor de vergoeding van zorg.

Documentatie advies commissie Meurs en reacties

Advies commissie Meurs

Reacties op advies commissie Meurs:

Verslag symposium NVGzP juni 2015 over advies commissie Meurs

Altijd op de hoogte zijn?

Word lid, volg ons op Twitter @nvgzp of abonneer je op onze Nieuwsbrief.

Dit bericht delen?

Klik op een van de buttons om dit bericht te delen met collega’s of andere geïnteresseerden.

2 reacties.


Reageren?

Klik op de button en plaats je reactie onder dit artikel.